Nous voilà Partis ! (NVP) (pag. 2/3)

Unité 2:

A. De delende lidwoorden; inleiding v.t.t. boire, prendre, acheter
B. De delende lidwoorden, de na ontkenningen en woorden van hoeveelheid savoir, connaître, croire
C. De wederkerende werkwoorden; quel; de trappen van vergelijking dire, écrire, lire, rire
D. L'imparfait (o.v.t.); pers. vnw. als lijdend en meew. voorwerp; de leeftijd groepen prendre en mettre
E. tout; landennamen; il faut; ontkenningen groep ouvrir


Unité 3:

A. Le passé composé (v.t.t.); het beklemtoonde pers. vnw. groep devoir, recevoir
B. De toekomende tijden; de gebiedende wijs groep conduire
C. Bijvoeglijke naamwoorden; bijwoorden groep dormir
D. Het betrekkelijke voornaamwoord; het voltooid deelwoord courir, mourir, naître, vivre
E. y, en; de gebiedende wijs met een pers. vnw.; zelfstandig gebruikte aanw. vnw.  


Terug | Lees meer...